Het carnavalsgevoel

 

Barbapapa met carnavalIk weet het nog goed. Mijn allereerste keer meelopen met de optocht tijdens het feest der feesten, het zottenfeest, het feest van de absolute volksvermaak; carnaval. Ik was een jaar of vier en was van top tot teen ‘verkleed’ in een pak met schuimrubber. Samen met een grote groep buurtkinderen (niemand ging immers destijds nog skiën en de jaarlijkse evenementen kon je toen ook op één hand tellen) en een paar grote mensen stelden we de Barbapapa Familie voor. Barbapapa, Barbamama, Barbabientje, ze waren er allemaal. Ik kan me nog goed herinneren dat er in het schuimrubber twee gaatjes waren gemaakt die als kijkgaten fungeerden. Maar door het lopen schoof mijn schuimrubberen Barba-nogwat kostuum steeds opzij, waardoor die gaatjes in eens op mijn achterhoofd zaten. Gelukkig zetten oplettende toeschouwers mijn kolossale pak regelmatig weer goed en kon ik mijn eerste optocht met goed gevolg uitlopen.

Carnavalsvirus

Hoewel je zou denken dat deze optocht voor een vierjarige wellicht wat traumatisch zou uitpakken, was dat bij mij zeker niet het geval. Het carnavalsvirus had me in zijn greep. Het bleek de eerste carnavalsoptocht te zijn van een lange reeks optochten waar ik aan mee zou doen. Eerst met een paar vriendinnetjes verkleed als Belfi en Lillibit (wie kent ze niet 😉?) en de smurfen. En later, aan het einde van de middelbare schoolperiode, met een grote groep vrienden waar we met onze wagen jarenlang de vetste wagens bouwden waarbij we elk jaar weer zo origineel mogelijk voor de dag wilden komen. We bouwden maandenlang, sommigen zelfs nachtenlang, aan onze creatie. Ieder vanuit hun eigen specialisme. Gewoon, omdat je daar goed in was.

Optocht der optochten

En dan, na maandenlang bouwen, was het zover. De wagen werd naar buiten gereden, de laatste puntjes bijgestipt, de kop op de wagen gehesen, de laatste danspasjes geoefend (en spierpijn dat je daarna had!). Dan is het zover! Vol trots presenteer je elke dag je creatie aan het massaal toegestroomde publiek met op maandag de optocht der optochten; de Kempenoptocht. De eerste keer deze regionale stoet winnen, staat denk ik bij ons allemaal in ons geheugen gegrift. De warmte in de zaal is haast ondraaglijk, de spanning te snijden; welke wagen gaat winnen. En dan hoor je wie derde is, wie tweede… Zou het? Dat gevoel, die ontlading, een tikkeltje ongeloof (wij??), maar keitrots. Kippenvelmoment. Nu nog. Dat moment, voor de eerste keer de Kempenoptocht winnen, dat is eigenlijk onbeschrijfelijk.

Samen

KempenoptochtEn dat is voor mij hét carnavalsgevoel: samen bouwen aan een carnavaleske creatie, samen de straten op en dan vol spanning luisteren naar de uitslag. Oké, samen in de kroeg, tent of op straat dansen en hossen op ouderwetse carnavalskrakers of après-skimuziek hoort zeker bij het feest der feesten. Vier dagen lang met je vrienden, je buurtgenoten of met je kinderen jezelf onderdompelen en even nergens anders aan denken dan aan carnaval en ouwehoeren over alles en niks. I love it! Ik denk dat de combinatie carnaval maakt. Je hebt tenslotte als optochtloper ook een enthousiast publiek nodig die lekker met de act meedoet en je waardeert voor wat je hebt gemaakt. Of die het schuimrubberen Barbapapa outfit even rechttrekt als de kijkgaatjes naar de achterkant zijn geschoven…

Dus of je nu wagenbouwer bent, met een loopgroep meedoet of langs de zijlijn de creaties bewondert, veel plezier met carnaval. Ga ik dit jaar ook doen. Alaaf! Alaaf! Alaaf!

Nieuwsgierig naar wat tekstbeleving voor jou kan betekenen?

Scroll naar boven