Het carnavalsgevoel

Carnavalsvirus
Hoewel je zou denken dat deze optocht voor een vierjarige wellicht wat traumatisch zou uitpakken, was dat bij mij zeker niet het geval. Het carnavalsvirus had me in zijn greep. Het bleek de eerste carnavalsoptocht te zijn van een lange reeks optochten waar ik aan mee zou doen. Eerst met een paar vriendinnetjes verkleed als Belfi en Lillibit (wie kent ze niet 😉?) en de smurfen. En later, aan het einde van de middelbare schoolperiode, met een grote groep vrienden waar we met onze wagen jarenlang de vetste wagens bouwden waarbij we elk jaar weer zo origineel mogelijk voor de dag wilden komen. We bouwden maandenlang, sommigen zelfs nachtenlang, aan onze creatie. Ieder vanuit hun eigen specialisme. Gewoon, omdat je daar goed in was.
Optocht der optochten
En dan, na maandenlang bouwen, was het zover. De wagen werd naar buiten gereden, de laatste puntjes bijgestipt, de kop op de wagen gehesen, de laatste danspasjes geoefend (en spierpijn dat je daarna had!). Dan is het zover! Vol trots presenteer je elke dag je creatie aan het massaal toegestroomde publiek met op maandag de optocht der optochten; de Kempenoptocht. De eerste keer deze regionale stoet winnen, staat denk ik bij ons allemaal in ons geheugen gegrift. De warmte in de zaal is haast ondraaglijk, de spanning te snijden; welke wagen gaat winnen. En dan hoor je wie derde is, wie tweede… Zou het? Dat gevoel, die ontlading, een tikkeltje ongeloof (wij??), maar keitrots. Kippenvelmoment. Nu nog. Dat moment, voor de eerste keer de Kempenoptocht winnen, dat is eigenlijk onbeschrijfelijk.
Samen

Dus of je nu wagenbouwer bent, met een loopgroep meedoet of langs de zijlijn de creaties bewondert, veel plezier met carnaval. Ga ik dit jaar ook doen. Alaaf! Alaaf! Alaaf!
